Overblog Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
26 juillet 2008 6 26 /07 /juillet /2008 04:51

Onder de titel ‘Made ready’ publiceert Renaat Ramon een voortreffelijk essay in Poëziekrant over Hans Clavin (pseudoniem van Hans van der Heyden,°1946, IJmuiden), die al lang aan de weg van de concrete en visuele poëzie timmert.

Vorig jaar werd in de bundel Visual poems werk bijeengebracht van Clavin, ontstaan tijdens de jongste vier decennia. De twaalf afleveringen van zijn periodiek Subvers vormen daarin het hoogtepunt.

Renaat Ramon is een van de beste kenners van de concrete en visuele poëzie in de Nederlanden. Dat bewijst hij eens te meer in zijn verhelderende en aanschouwelijk geïllustreerde essay waarin hij o.m. stelt dat Clavins procédé verwant is aan de techniek die Paul van Ostaijen in Bezette stad hanteerde. Hij aarzelt niet terloops of impliciet enkele puntjes op de i’s te zetten. Zo wijst erop dat in Visual poems de bundel Maskers van Paul de Vree (1973) is geregistreerd als nummer 11 van Subvers, “maar dat werd niet in de losbladige uitgave vermeld”. Inderdaad, bij nazicht blijkt dat Maskers verscheen als coproductie van the subvers press en de tafelronde, zonder enige verwijzing naar een reeksverband.

Ramon beschrijft secuur het mapje Maskers:

“Elk blad toont acht maskers, die op grafisch vernuftige en ritmische wijze als versregels worden gepresenteerd. Telkens vier zwarte maskers met witte ‘ogen’ en zwarte tekst daarin, en vier andere vice versa; de laatste twee bladen tonen maskers die, verticaal gedeeld half wit half zwart zijn. Op elke oog is een woord of een woordfragment aangebracht. De teksten – vijf Nederlandstalig, zeven Engelstalig – vormen telkens per blad een geheel, een zin van zestien tot negentien woorden/lettergrepen.”




Vanaf de tweede helft van de jaren zestig publiceerde Hans Clavin geregeld in De Tafelronde.

Paul de Vree nam een visueel gedicht van hem op in het essay annex bloemlezing Poëzie in fusie: visueel, konkreet, fonetisch (Lier, De Bladen voor de Poëzie, 1968):

Hans Clavin:I.M. Marilyn Monroe (1968)

In een niet gedateerde extra-editie van Neonlicht (te situeren in 1970 of 1971), schreef hij een recensie over Clavins Holland Var.969, een uitgave van De Tafelronde (1970).

Hans Clavin schuwt het epigonisme als de pest. Er zijn vanzelfsprekend vormelijk reminiscenties aan de voorgangers aan te stippen (te wijten aan de constructivistische tendens in de konkrete poëzie), maar van gedicht tot gedicht springt de vindingrijkheid zo in het oog. Zich zeer indachtig dat de vorm ook de zin van het gedicht bepaalt, spreekt hij de verbeelding aan. L’imagination au pouvoir. Ziedaar de aantrekkelijkheid van zijn werk. Zij ontsnapt de lezer wanneer deze de sensibiliteit voor het grafische o.m. niet opbrengt. Hetgeen mij het geval schijnt bij Kees Fens, die tegen de “met de hand geschreven en getekende stukken bevreemd aankijkt”. […] Dinaux en Rein Bloem leggen in hun recensie opvallend de nadruk op het “speels” karakter van Clavins bundel. Ik ben het daarmee volkomen eens. […] Waar nog mag aan toegevoegd dat het ook “ingenieus” […] naar het protest tendeert.

Indien er zoiets als een “prijs der verrassing” zou bestaan, dan zou hij in Nederland anno 1970 aan Clavin moeten worden toegekend.

Eind van de jaren zeventig lijkt het dat Clavin de visuele poëzie voor bekeken hield. Onder zijn eigen naam publiceerde hij naderhand schrijfpoëzie.

In zijn standaardwerk Poésie sonore internationale (Paris, Jean-Michel Place, 1979) spreekt Henri Chopin over ‘les “amuse-gueule” du moqueur Clavin, qui, lorsqu’on est au restaurant, s’amuse avec le verbe…’

Henri-Floris JESPERS

Poëziekrant, jg. 32, nr. 5, juli-augustus 2008.

www.poeziecentrum.be

Partager cet article

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche