Overblog Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
3 mai 2008 6 03 /05 /mai /2008 04:05

Aangetast door een virus dat nog heel wat ravages zou aanrichten, gaf ik een eerste boek uit onder het uithangbord Monas, namelijk het debuut van Patrick Conrad. Cezar & Jezabel verscheen in mei 1963 en werd en petit comité tijdens een receptie thuis voorgesteld. Ik had ondertussen kennis gemaakt met Paul de Vree, een centrale figuur in de turbulente kringen van de Antwerpse avant-garde. Na z’n neef Freddy was Paul mijn eerste bewuste en persoonlijke contact met letterkundig Vlaanderen. Met grootvader had ik weliswaar al Gaston Burssens, Karel Jonckheere, Hubert Lampo, Ivo Michiels, Roger Avermaete en Paul Neuhuys ontmoet – maar vanuit een spontaan gevoel van onafhankelijkheid en zin voor fatsoen kon ik toch geen toenadering zoeken tot familierelaties. Met beide De Vree’s, dat was iets anders: ik had op eigen merites hun vriendschap verworven.

In welke omstandigheden ik Freddy ontmoette, ik weet het merkwaardig genoeg niet meer. Kan het in De Mok zijn geweest, bij Mike Zinzen? Het doet er niet toe. Plots was hij daar, eind 1961, begin 1962. Lang, mager, benig, donker van haar, van teint en van gemoed, met diepe, bisterkleurige zakken onder de donkere ogen, een stevige, goed gesneden neus, een tache de beauté onder het rechter jukbeen en sensuele lippen. Ik associeer hem nog altijd met de nacht en haar geruststellende maar toch soms heel even unheimliche duisternis. Net als ik is Freddy geboren onder het zevende teken van de dierenriem, de “aanminnige Weegschaal”. In zijn ruime, met rook gevulde kamer in het ouderlijke appartement waren de gordijnen altijd gesloten. Overal boeken, foto’s, curieuze objecten, stapeltjes tijdschriften, beschreven velletjes papier, flessen, onafgewassen glazen, een onopgemaakt bed. Het rook er naar bezwete lakens, verschaald bier, koude asse en zware Franse sigaretten. Ik was de wijze en schroomvolle jongeling in het hol van het beest. Ik ben vijf jaar jonger dan Freddy, en toen was dat een betekenisvol leeftijdsverschil. Achteraf bekeken, denk ik dat hij even schuchter was als ik. Hij was een man van weinig woorden, en samen zwegen we vaak. “Nous nous sommes découverts dans ses silences”, zei Henri Ronse. Freddy dronk stevig, en ik keerde nooit nuchter naar huis. Hij woonde in de Jan van Rijswijcklaan, op een boogscheut van de Lange Lozanastraat, en ik liep dus vaak ’s avonds bij hem aan. Soms dronken we samen whisky in een wat chique bar waar vooral autoverkopers thuis waren, Sochaux. Eén keer zag ik hem in de zon: toen hij vanuit het station van Kapellenbos het pleintje overstak naar de ouderwetse, burgerlijke kroeg waar Patrick en ik hem opwachtten.

Partager cet article

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen
commenter cet article

commentaires

Gert Vingeroets 10/05/2008 15:20

Kan dat het station van Heide-Kalmthout zijn geweest?
En het café 3de Cambuus"?

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche