Overblog Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
15 avril 2008 2 15 /04 /avril /2008 14:10

De Standaard der Letteren (11 april 2008) publiceert het requisitoir van een dichter en twee recensenten in de zaak “H. Drievuldigheid vs. Kaper in de Onderwereld”.

“Het is voor dezelfde recensent perfect mogelijk geheel oprecht twee recensies over één bundel van Peter Holvoet-Hanssens te schrijven: de ene welwillend, de andere beduidend minder. In onderstaande tekst zitten twee dergelijke recensies verborgen”.

Consubstantieel met beide recensenten is de dichter die beweert dat zijn pen de grote mond is die hij niet heeft: Luuk Gruwez (°1953).

&

Volgens de minder welwillende recensent is de dansende zigeuner Holvoet-Hanssen niet vies van “trucs van de foor”. De “symbolistische beladenheid ontaardt meer dan eens in betekenisloosheid” en de “taalverstoring of taalontregeling” moet dienen om “zwakheden te verdoezelen”. (In het Nieuw Wereldtijdschrift formuleerde destijds de eminente romanist Louis Tobback soortgelijke bezwaren tegen de poëzie van Mallarmé.)

De gedichten van Navagio gaan “soms gebukt onder een ouderwetse, poëterige gezwollenheid” en “staan bol van archaïsche constructies”. Holvoet-Hanssen “stapelt te vaak te veel en zet daarna rond die gammele constructies een stellage neer om alle ingrediënten op hun plaats te houden”. Kortom,

“Veel klinkt geforceerd en als het niet irriteert, is het slaapverwekkend. […] Dikwijls ontstaat er een woorden- en beeldenvloed die mij doen denken aan de Vlaamse postexperimentelen van inmiddels zeer destijds.”

Vervolgens wordt Peter Holvoet-Hanssen door de tweede, welwillende recensent uitvoerig geloofd als indrukwekkende performer:

“…er heerst een overweldigende discrepantie tussen de podiumdichter en de dichter die je leest. Wie naar deze gedichten luistert, laat zich zonder enige reserve overrompelen. […] Hoewel het voorgaande sceptisch klinkt, ben ik erg op hem gesteld. […] Als je naar hem luistert, vergeef je de dichter zijn extatische, haast psychedelische woordenvloed […]. Zelfs ben je dan bereid hem de tenenkrommende overvloed aan belegen elementen uit sprookjes, legenden, mythen en fantastische literatuur te vergeven. “

De welwillende en de minder welwillende Gruwez grijpt naar goede gewoonte de gelegenheid om critici een sneer te geven:

Ik daag iedereen uit nu eens echt iets zinnigs over dit werk te zeggen, want zelfs de meest steekhoudende analyses beperken zich tot sfeer, tot een interpretatie grosso modo en tot trendgevoelige napraterij. Niemand wil blijkbaar toegeven dat het moeilijk is de essentie te benaderen, dat het gissen blijft en dat dit alles ten slotte meer vermoeit dan verrast.

Dat kunnen alvast trendgevoelige napraters als Geert Buelens en Joris Gerits zich voor gezegd houden.

&

“Betekenisloos”, “geforceerd”, “trucs”, “gammele constructie”, “niet verrassend”, “vermoeiend”, “slaapverwekkend” –  Gruwez’ vileinig opstelletje staat bol van de topoi die de reactionaire literatuur- en kunstkritiek al te graag aanwendt om alles af te wijzen wat afwijkt van het kleinburgerlijke gezond verstand. Net als bijvoorbeeld Herman de Coninck en Eddy van Vliet bevond Luuk Gruwez zich in de mainstream van inmiddels zeer destijds: een weinig problematische verhouding tussen taal en werkelijkheid, waarbij banale gevoelens en versleten “algemeen menselijke” cliché’s in mineur rondgestrooid worden, meestal verwoord met geveinsde luchthartigheid en onoprechte ironie, als schijnbare knieval voor de tijdsgeest. (Echte smartlappen schrijven is niet iedereen gegeven.)

&

Vaststellen dat critici grondig van mening kunnen verschillen staat gelijk met een open deur instampen. Spinalonga van Peter Holvoet-Hanssen werd terecht bekroond met de Vlaamse Cultuurprijs voor Poëzie.  Gruwez oordeelt dat Navagio “minder overtuigend” is; Joris Gerits stelt dat de bundel bewijst dat de bekroning terecht was. Gruwez ervaart de poëzie van Holvoet-Hanssen als “slaapverwekkend”; Gerits onderstreept dat de poëzieliefhebber ”geboeid leest” en dat de lectuur van Navagio “je ondersteboven haalt”.

Je moet niet eens uitzonderlijk begaafd zijn om te beseffen dat het voor eenzelfde recensent inderdaad perfect mogelijk is twee tegengestelde recensies over een bundel te schrijven. (Ik wil graag de stelling steunen van Chrétien Breukers: Gruwez is “de beste dichter uit het Nederlandse taalgebied”; het zal mij echter minder inspanningen kosten om aan te tonen dat Ad den Besten redivivus zich eens te meer vergist.

Wat meer dan onbehaaglijk stemt bij de lezing van het perfide artikel van Gruwez is de onderliggende, onuitgesproken afrekening van een poëet die, vermomd als criticus, een karaktermoord pleegt op een dichter wiens poëtica hem totaal vreemd is en zal blijven.

Twee recensies verborgen in die hypocriete bespreking? Niks van. Gruwez’ truc van de foor bestaat er precies in dat hij slechts één recensie schrijft: de minder welwillende – en daar is het hem om te doen. De woorden van lof betreffen immers uitsluitend de podiumprestatie van Holvoet-Hanssen. En het Parthisch schot liegt er niet om: “Ik hou mijn hart vast voor de dag dat deze poëzie zonder haar dichter zal komen te staan: dan zal zij wel heel erg verweesd achterblijven.”

Kortom, Peter Holvoet-Hanssen is geen dichter maar een entertainer. “Lang leve dus de hoorbare Holvoet!”

&

De ene H. Drievuldigheid is de andere niet. Geef mij liever Pernath, De Vree en Cobbing.

Henri-Floris JESPERS

 

Partager cet article

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen
commenter cet article

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche