Overblog Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
14 avril 2008 1 14 /04 /avril /2008 13:12

Op 7 april 1925 schreef Joostens een brief aan zijn vriend Fernant Berkelaers waarin hij een aantal obsessionele thema’s bespeelt. Hij affirmeert zijn afwijzing van de traditionele schilderkunst (schilderen met olieverf), kiest resoluut voor nieuwe materialen en steekt de draak met collectioneurs. Uiteraard geeft hij ook lucht aan zijn hekel aan Floris Jespers die zijns inziens uit alle macht werken voor de parvenu’s borstelt, weelderige en ontzagwekkende, ja, zelfs achtenswaardige schilderijen. Jespers beaamt het leven en misprijst elke vorm van schilderkunst die de draak met de kunst steekt.[1]

Bij ons verheft de gevierde schilder zich op een voetstuk.

Het publiek is weg van grote meesters, zij die zware, penibele schilderkunst produceren, die verkocht wordt voor haar gewicht in goud.

De imbecielen die het atelier bezoeken zeggen:

Meneer Jespers, laat ons een stuk doek zien (doek is duur), laat ons dure verf zien, een goed opgespannen doek in een mooi vergulde lijst.

Zo zijn er ook in de musea – alles wat zich in musea bevindt is heilig – Musea dienen daarvoor. Wij (de imbecielen) zijn naar het atelier gekomen om te zien of de Traditie van de olieverf nog altijd voortleeft. Er moet er nog wat overblijven voor onze achterkleinkinderen.

Het hangt uitsluitend van ons af, wij alleen (de imbecielen) beslissen of uw schilderkunst ja dan neen de Traditie waardig is.

En om onze trots (van imbecielen) te strelen, zeggen we dat uw werken niet even volmaakt zijn als die van de musea (die niet te evenaren volmaakt zijn).

Maar ja, dat is eigen aan de wisselvalligheden van de huidige tijd.

Desalniettemin wij (de imbecielen) appreciëren de prestatie, vooral de Arbeid, de ontberingen die ze meebrengt, de inspanningen waarvan ze getuigt. We zullen er met onze vrienden over spreken en misschien zullen onze vrienden iets kopen. Kunst, dat zijn grote dingen die naar musea gaan of naar geleerde genootschappen die zich toeleggen op het schilderen met olieverf. De schilderkunst heeft ook haar vorsten, opperpriesters en profeten (critici). En vooral pausen die oordelen over moeilijke dingen die veel waard zijn. Hoe ouder ze zijn, hoe waardevoller. Binnenkort zal men de kinderen mogen snijden en de ouden van dagen zullen les geven in kuisheid. Ge moet te laat komen, ge moet achteromkijken.

Dat heeft trouwens allemaal geen belang vermits

er alleen maar koeien zijn

moeten we d’er maar op schijten.

Hetgeen te bewijzen was.

Merde pour l’art.

De grondwerkers van de rue Javel hebben gelijk

men weet niet genoeg te waarderen: glas, rubber, wit hout, vilt, nikkel en ander materiaal bijvoorbeeld

stront

stront wordt niet genoeg gewaardeerd. [2]

 

In een andere brief deelt hij laconiek mee: “Je vis en petit monsieur tranquille retiré des affaires Moi, voyez-vous, j’ai aboli les couleurs – la matière suffit.”

&

In het enorme corpus van Joostens’ koortsachtig en in ijltempo neergeschreven teksten komen woorden van waardering voor collega’s nog dunner gezaaid voor dan evenwichtige afgewogen oordelen. Daarbij staan ze nog steevast in een ambigue context te lezen.

Van Ostaijen krijgt de volle lading en wordt bij herhaling van letterdieverij beschuldigd (hij zou onder meer een gedicht van Joostens geplagieerd hebben…); Jozef Peeters is een “pygmee” die over zichzelf zegt “Ich bin die reine Kraft des Wissens und des Willens”, maar als het er op aan komt is “Joske Pee” verdwenen en “krabt de peekens in de keuken van Pelagie en verricht alle verdere maquereau-achtige huiswerken”; E.L.T. Mesens is een “meisje uit Brussel”, Em. Maeyens is representatief voor de “Achterlijkheid, de kleingeestigheid, de deductie A door B, de nuchterheid, enz.”; Marnix Gijsen is “ne chicke type als hij het schrijven links laat liggen”.

Naar aanleiding van een groepsfoto van André de Ridder, Paul-Gustave van Hecke, Georges Marlier, Gust de Smet, Fritz van den Berghe, Marc Chagall, Floris Jespers, Edgard Tytgat, wordt hij nog maar eens woedend:

“moi je dis qu’ils ont tous des sales gueules et c’est des pieds, des lèche-Q, des m’as-tu-vu, des arrivistes et des arrivés en retard”.

Later zal hij zich nog gemeen verheugen over het failliet en de gedwongen openbare verkoop van de fabuleuze collectie van galerie Le Centaure.

Jean F. Buyck, aan wie de editie te danken is van Joostens’ vaak hilarische maar bij wijlen ook navrante brieven aan Jos Leonard, noteert diplomatisch: “Velen zullen allicht deze lieftalligheden beschouwen als een typisch ‘Antwerps fenomeen’ onder kunstbroeders (…), toch laten die vitterijen een wat wrange smaak na.”

Inderdaad, bij de lectuur van heel wat brieven van Joostens komen alle versleten gemeenplaatsen met betrekking tot “artistiekerigheid” grimmig maar vanzelfsprekend tot leven. Je wordt inderdaad veelal met niets meer geconfronteerd dan met het soort denigrerende geroddel dat, gehuld in gespierde taal, in zogenaamde artistieke kroegen opgeld doet. Het is echter een bekend verschijnsel: het papier is minder geduldig voor trivialiteit dan het oor, en wat in de hitte van het gesprek nog op rake satire kan lijken, blijkt plots, eens het neergeschreven is, de onbeholpen uitdrukking van paranoïde agressie en ondermijnende frustratie.

Henri-Floris JESPERS

 



[1] Jean F. Buyck, tekstbezorger van de brieven van Joostens aan Leonard, onderstreept dat Joostens’ vijandige gevoelens “zeer zeker geïnspireerd [waren] door verschillen in temperament en karakter, zowel als door divergerende kunstopvattingen, al speelt zeker tegenover Floris Jespers het jalousie de métier een niet te onderschatten rol. Oscar lijkt het mikpunt vooral door zijn steilere beginselvastheid in de ‘kubistische leer’, waar Floris vooral belaagd wordt met sarcasme betreffende zijn productief schilderschap.”

[2] Ingekort in eigen vertaling.

Partager cet article

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen
commenter cet article

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche