Overblog Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
7 avril 2008 1 07 /04 /avril /2008 05:43

 

In onze vorige publicatie is er sprake van het efemere weekblad Le Rat (twaalf nummers tussen 2 mei en 30 augustus 1928). Een van de redacteurs was de haast legendarische Charles Dumercy (1848-1934), één van de oudste vrienden van Max Elskamp (1862-1931).

Pittoresk maar geëerd lid van de Antwerpse Balie, Dumercy was bekend en berucht om zijn onnoemlijk slordig uiterlijk en vooral gevreesd om zijn snedige en niet zelden boosaardige uitspraken, waarbij hij niets en niemand ontzag. De vrekkigheid van de man die door sommigen “de Voltaire van de balie” werd genoemd, was spreekwoordelijk.

Marie Gevers vergeleek hem met personages van Molière en Balzac:

‘Harpagon, Grandet, comme beaucoup d’avares, Dumercy, fort riche, devenait plus maniaque et plus sale à mesure qu’il prenait de l’âge. Il déambulait par les rues, l’œil vif, perçant, vêtu d’ue jaquette luisante, usée, graisseuse. Le visage malpropre, gris, se terminait en favoris noirs, grêles et longs.’[1]

Hij ging inderdaad door voor de vuilste man van Antwerpen maar, zegt Roger Avermaete, dat was onterecht. Integendeel, Dumercy was heel proper en hij droeg ongetwijfeld de grootste zorg voor zijn plunje. De rare uitdossing waarmee hij zich met aristocratische vanzelfsprekendheid vertoonde, weerspiegelde welsprekend die geheel eigenzinnige gierigheid die hij als het ware tot een vorm van moraal had verheven. Kortom, zijn kledij illustreerde zijn onthechting.[2] Bij weer en onweer liep hij op sloffen, gekleed in een versleten, glimmende pandjesjas (niet eens een groen verschoten redingote, neen, want “si avec l’âge un vêtement noir tourne au vert, chez lui, le vert tournait jusqu’au jaune”, aldus Avermaete). Als overhemd droeg hij de slaaphemden met een rode bies van zijn overleden moeder, opgevrolijkt met een schoenveter bij wijze van das. Als lid van de Commissie van Monumenten en Landschappen aarzelde hij niet aldus het woord te voeren tijdens openbare plechtigheden. Had hij immers niet geschreven: “Le chic suprême est le dédain de l’opinion publique”?[3] De zachtmoedige Max Elskamp zelf zou niet aarzelen Dumercy te omschrijven als “een echt purgeermiddel”, “een knorrige old boy”. [4]Evenmin als Paul Léautaud (die er met evenveel naturel een gelijkaardige tenue op nahield) hield Dumercy zijn tijdgenoten in hoog aanzien: “Ik wil graag geloven dat mijn kijk op de dingen niet bij iedereen in de smaak valt: ik zou me al te zeer vernederd voelen door de sympathie van bepaalde lieden.” Of nog: “Naar de waarheid wordt slechts geluisterd wanneer ze met de stem spreekt van de kwaadsprekerij.”

Deze ster van de balie was vrijgezel en woonde, samen met een oude dienstbode, in een onaanzienlijke woning aan de Justitiestraat, op een boogscheut van het Paleis. Hij publiceerde een vijftigtal gedrukte of handgemaakte plaquettes, veelal korte overdenkingen en aforismen, waarvan een aantal uiteraard  betrekking hadden op de rechtsbedeling en haar dienaars (Boutades judiciaires, 1888; Facéties judiciaires, 1894; Paradoxes judiciaires, 1899) Je moet de topografie van Antwerpen kennen om het gevleugelde woord van Dumercy naar waarde te schatten: “Je mag de Paleisstraat niet verwarren met de Justitiestraat.”

René Fayt, de bibliograaf van Dumercy, onderstreept dat hij een van de eerste getrouwen van Elskamp was – “on ne sait par quel mystère”.[5] Wat er ook van zij, Edmond van Offel (1871-1952) getuigt dat de reeds oudere Dumercy hoorde bij een kringetje van jonge advocaten, onder wie Max Elskamp en Georges Serigiers, die beproefden

“af en toe, de in doodslaap zinkende Cercle [artistique] wat op te monteren, en dit dan meestal tot ergernis van de brave burgers die tegen geen nieuwigheden bestand waren. […] Dat groepje, in ’t geniep, verzon menige grap om de seniele abonnés te beduivelen, om verbijstering en troebeling te verwekken in hun vreedzaam schuiloord. Max Elskamp, die anders, op zijn eigen, eerder een schuchtere jongen was, deed er toch aan mee. Het kinderlijke, in hem bewaard […] deed hem ook zich verkneukelen bij die, vrij onschuldige, guitenstreken.”

Van Offel schetst het portret van de oudste der “revolutionairen”, Charles Dumercy:

“Deze laatste was een figuur van Antwerpen, de geestigste man van de stad, heette het, en zijn bons mots en rake zetten werden voortverteld. Een pittoreske verschijning in de wandeling. Aaplelijk, Hoffmannsachtige gestalte, fantastisch van slordigheid, met zijn rosse redingote en broek met harmonicaplooien, of een pelsjas door de mot uitgeplukt en uitgevreten. En de onvermijdelijke hoge hoed, de buis met petrol of kachelzwart gepotlood.” [6]

Elskamp en Dumercy, alle twee excentriekelingen op hun manier, deelden in een zelfde hartstocht voor folklore en bibliofiele edities. De verknochtheid van de dichter blijkt voldoende uit het feit dat hij tussen 1886 en 1923 steevast zijn bundels stuurde aan zijn oudere, flamboyante medeplichtige, meestal exemplaren op groot papier met een amicale opdracht. Zo ontving Dumercy exemplaar nummer één van het legendarische debuut van Elskamp, Éventail japonais. [7]

Tien jaar later, in 1896, zullen ze samenwerken bij de publicatie van La légende humaine, een anoniem boekje dat met alle zorg vervaardigd werd door de beroemde drukkerij Buschmann[8]. In het begin van de vorige eeuw drukte Elskamp twee  humoristische boekjes van zijn vriend op zijn handpers, L’Alouette: Petit vocabulaire de médecine judiciaire (1901) en La Vieille Boucherie et les Aveugles (1902)[9].

In de bibliotheek van Elskamp, die hij bij testament schonk aan zijn Alma Mater, de Université Libre de Bruxelles, bevonden zich slechts twee boekjes van Dumercy: Pour ceux qui se font imprimer, de tekst van een lezing gehouden bij de Conférence du Jeune Barreau te Antwerpen op 20 mei 1898, “avec la collaboration de M. Paul Buschmann et le gracieux concours d’un paysan” en Questions d’enseignement supérieur ou le pot à colles (1924). [10]

René Fayt waarschuwt dat hier niets achter gezocht moet worden:

“Il n’est pas impossible que, dans les dernières années de sa vie, le pauvre poète ait prêté, ou même donné, des ouvrages qui ne revinrent évidemment plus dans sa bibliothèque...”[11]

Toen Van Ostaijen zijn laatste maanden sleet in het sanatorium van dr. Bérard te Miavoye-Anthée, bracht Minnekepoes (alias Tine Ceulemans) hem geregeld op de hoogte van de laatste nieuwtjes over de Antwerpse kennissenkring.

Juliane Gabriëls, Charles Dumercy en Floris Jespers zijn de hoofdpersonen van haar brief de dato 15 november 1927. Zo vernemen we dat de Franstalige  maître Dumercy blijkbaar een vaste gast was in het radicaal Vlaams salon van de onstuimige Juliane Gabriëls die ‘van onder de lampekap […] poseert en doceert à son aise’.

“Hij is soms onbetaalbaar, schrijft Tine Ceulemans. Verleden week ging het over de vraag aan Mw. Dr. Gericht of een kind twee vaders kon hebben. Liane schuift een beetje dichter onder de lampekap, en zet zeer ingewikkelde medische theorieën uiteen waarin o.a. het woord ‘œuf’ een zeer voorname rol speelde. Als ze met veel hindernissen eindelijk het einde van haar discours heeft bereikt zegt Mr. Dumercy met een uitgestreken gezicht ‘Et l’œuf de Colomb alors Madame? Waarop iemand uit het gezelschap: ‘de celui-là il suffit d’en couper la pointe’. Lieneke lachte ook.”

Gerrit Borgers, die deze brief uitgaf, vermeldt (wellicht op gezag van Mevrouw Ceulemans) dat de toen negen en zeventigjarige “ongewassen” Dumercy op de bijeenkomsten ten huize van Dr. Gabriëls (de ‘samedis mondains’) “steeds alvorens te gaan zitten, een vuile zakdoek uitspreidde en tijdens het spreken met zijn gebit smakte”. Hij herhaalt de gemeenplaats dat Dumercy een “slecht geklede vrijgezel” was en “als de ‘vuilste vent’ van Antwerpen gold”. [12]

Een jaar later, in 1928, publiceerde Dumercy bij Lumière Pensées fanées, geïllustreerd door Henri van Straeten. Roger Avermaete hield daar levendige herinneringen aan:

« Je lui avais demandé un manuscrit pour ‘Lumière’ et il m’apporta des textes à choisir, tous écrits sur des papiers imprimés où il avait découvert une surface blanche : revers de circulaires, de prospectus, de faire-part de mariages, d’invitation, d’avis mortuaire et de papiers d’emballage. Il me promit une copie du texte choisi, et me fournit un manuscrit d’une présentation impeccable. Le texte avait été transcrit avec soin sur du papier ‘emprunté’ au Jeune Barreau. Un papier rouge et brillant provenant d’un paquet de tabac servait de feuille de garde et, pour maintenir l’ensemble, deux ficelles nouées passaient à travers deux cartons dont l’un portait une étiquette collée avec le titre, ‘Pensées fanées’, et le nom de l’auteur. »[13]

Charles Dumercy overleed op 2 januari 1934, meer dan twee jaar na de dood van zijn vriend Elskamp.

Vijfendertig jaar later, vijfendertig jaar geleden, stelde Roger Avermaete niet zonder enige weemoed vast:

« Chose curieuse, on cherche en vain le nom de cet homme sous la plume des faiseurs d’anthologies et d’histoires des lettres belges. Curieuse ? Non, ces messieurs préfèrent les voies faciles du conformisme et ressassent des noms, toujours les mêmes. » [14]

Bibliograaf René Fayt, conservator van de “réserve précieuse” van de ULB, spande zich meer dan wie ook in om de nagedachtenis van “le Voltaire du barreau” aan de vergetelheid te ontrukken.

« Dumercy, derrière un masque d’humoriste, cachait une personnalité complexe, humaniste, cultivée et une sensibilité profonde. L’amertume de ses propos révélait, à n’en pas douter, un être blessé par les revers de l’existence. À la réflexion : un homme timide, à la pudeur exagérée. »[15]

Het laatste woord is uiteraard aan de eens beroemde pleiter, die, wie zal het verwonderen, zijn eigen epitaaf dichtte:

Celui qui dans ce lieu repose

Mit son orgueil à n’être rien.

Et la mort lui montra combien

Rien se résume à peu de chose.

Henri-Floris JESPERS


[1] Marie GEVERS, La mort de Max Elskamp, et la création de l’Œdipe de Gide, à Anvers le 10 décembre 1931, Bruxelles, Académie Royale de Langue et de Littérature françaises de Belgique, 1960, p. 6.

[2] Roger AVERMAETE, L’Aventure de “Lumière”, Bruxelles, Arcade, 1969, p. 178 : « Il était d’une avarice exceptionnelle et peut-être unique. Il en avait fait une manière de morale. Elle représentait pour lui l’affranchissement des contingences matérielles. Son accoutrement  illustrait comme il convient cette ligne de conduite. »

[3] Ib., p. 179.

[4] Brief van M. Elskamp aan de heer en mevrouw Georges Serigiers, 18 augustus 1905.

[5] René FAYT, Max Elska:mp et ses amis, in : Le livre & l’estampe. Revue semestrielle de la Société Royale des Bibliophiles et Iconophiles de Belgique,  XXXXIV, 2003,  no 159,  p. 42.

[6] Edmond VAN OFFEL, Antwerpen 1900, Antwerpen, De Dageraad, 1983 (eerste druk: De Sikkel, 1945), p. 84--85.

[7] René FAYT, l.c.,  p. 43.

[8] Het gaat om een toneelstuk in vijf taferelen, voor de eerste keer opgevoerd te Antwerpen, op 12 december 1896, « en la salle d’exposition du Cercle artistique, à l’occasion  de l’assemblée générale de la Fédération des Avocats belges ». Cfr Jacques DETEMMERMAN, Autour de «  La Légende humaine ». Auguste Dupont, Charles Dumercy et Max Elskamp, in : Le livre & l’estampe. Revue semestrielle de la Société Royale des Bibliophiles et Iconophiles de Belgique,  XXXXIV, 2003,  no 159,  pp. 169-202.

[9] Dat laatste boekje heette uitgegeven te « Gansopolis » . Dumercy schonk een exemplaar “Aan mijnen vriend Paul/ Buschmann, den baas/ uit de Gans/ Charles Dumercy”. In het exemplaar van de handelaar en affiche-verzamelaar Henri Grell schreef de spitse Dumercy: “Hommage du je-m’en-fichisme à l’affichisme”.

[10] André ART & René FAYT, Inventaire de la bibliothèque de Max Elskamp léguée à l’Uiversité Libre de Bruxelles, éditions de l’université de Bruxelles, 1973.

[11] René FAYT, Max Elskamp et ses amis, l.c.,  p. 45.

[12] Gerrit BORGERS, Paul van Ostaijen. Een documentatie,  Den Haag, Bert Bakker, 1971, p. 896.

[13] Roger AVERMAETE, o.c., p. 178.

[14] Roger AVERMAETE, o.c., p. 179.

[15] René FAYT, Max Elskamp et ses amis, l.c.,  p. 45.

Partager cet article

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen
commenter cet article

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche