Overblog Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
14 mars 2008 5 14 /03 /mars /2008 22:32

Men mag zich niet laten afleiden door de vele actiescènes en spannende gebeurtenissen die van De kracht van het vuur een soort hedendaagse mantel-en-degen-roman maken. Van bij het begin van het schrijfproces wilde Bob Mendes via het personage van Jahan Fariman een verhaal schrijven over de tirannie van de macht onder de vorm van een moderne parabel, een familiekroniek. Het ontroerend mooie portret van Fariman is beklijvend. Personage betekent “masker”. De schrijver heeft zich in Fariman echter meer dan gebruikelijk geïnvesteerd. Na De kracht van het vuur was Mendes dan ook zo nauw verbonden aan het lot van Fariman, dat het zes jaar duurde voor hij psychologisch klaar was voor het vervolg.

&

Met De kracht van het bloed wordt een moderne saga afgesloten, een genre dat de jongste decennia sterk op de voorgrond is getreden, vooral op het kleine en het grote scherm (Dallas, de Godfather-cyclus, Star Wars, Novecento, Heimat) en in strips (Timoer, De meesters van de gerst). Tevens zijn er raakpunten met het “genealogisch schrijven”, de Nederlandse en Vlaamse variante van het Amerikaanse “back-to-the-roots” fenomeen. De familiekroniek wordt een queeste naar de eigen identiteit en zet niet alleen een sterk emotionele inleving op gang, maar geeft ook aanleiding tot een sociaal-historische schets geladen met maatschappijkritiek en (mede) gevoed door een diffuus maar niet minder reëel wantrouwen tegenover de officiële geschiedschrijving en de dominante berichtgeving.

Mendes’ drieluik (De kracht van het vuur, 1996; De kracht van het ijs, 1998; De kracht van het bloed, 2005) vormt enerzijds een epos waarin de strijd tussen goed en kwaad haast kosmische accenten moduleert, anderzijds een dubbel familieverhaal over twee generaties. Die overkoepelende binaire structuur wordt nog eens weerspiegeld in de tegenstelling tussen goed en kwaad, tussen rationeel denken en mystieke waan; in de openlijke of onderhuidse tweedracht tussen twee (half)broers (of zelfs in de ogen van de almachtige vader: fantasmatische tweelingen); of nog, in de botsing tussen twee wereldvisies of twee landen; en dan laten we nog de concrete tweegevechten buiten beschouwing. De dualiteit sluimert ook in de innerlijke geaardheid van de belangrijkste personages, en zoals vaak bij Mendes wordt ook wie het kwade belichaamt bij momenten mild en met begrip benaderd, al is hij ten val gedoemd.

Familie, filiatie, fascinatie door macht, megalomane aanspraken en nietsontziende ambitie staan ook nu centraal. Het immense fortuin van de Razdi’s en van de sjah werd via allerhande constructies ondergebracht in de zogeheten Foundations die als uitvalsbasis moeten dienen voor Cyrus die de droom van zijn vader Darius een wereldheerschappij te vestigen ter harte neemt. Cyrus sluit daarbij een duivelspact af met de Iraanse ayatollahs. Hier verschijnt Osama bin Laden ten tonele. Wanneer blijkt dat, net zoals Sherlock Holmes niet verdronk in de kolkende watervallen van het Zwitserse Reichenbach, Jahan Fariman, de halfbroer van Darius, niet stierf tijdens zijn ontsnapping uit het brandende Chinvat en teruggetrokken in Antwerpen leeft, komt het tot een beslissende confrontatie. Ondertussen werd de lezer meegesleurd in een naadloos in de plot passende versie van de ramp van de Exxon Valdez, de Amerikaanse supertanker die op 24 maart 1989 vastliep op een rif in het Nauw van Prins William, waardoor 1.700 km van de zuidkust van Alaska vervuild werd, een ecologische ramp zonder weerga. Mendes waarschuwt de lezer dat de nauwgezetheid van de research geen argument mag zijn om geloof te hechten aan een aanslag of een samenzweringstheorie, “mogelijkheden die door de gouverneur van Alaska ten stelligste afgewezen werden”. Of “de ideologie van God, Geld en Geweld van Cyrus” meer is dan een verzinsel laat hij ook over aan het oordeel van de lezer.

“Zelf verkies ik te geloven in een wereld waarin ridders zonder vrees of blaam het pleit winnen”, aldus Mendes. Hierin onderscheidt hij zich van de lichtzinnige cultuur van spottende minachting en leedvermaak.

&

In De Leeswolf van juni 2005 wijst Hercule Poirot-prijswinnaar Staf Schoeters op de markteconomische mechanismen die ertoe leiden dat de Nederlandstalige lezer overtuigd geraakt – onder het motto “wat bekend raakt, is geliefd” - dat al wat uit de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk komt “veel grootser en daarom ook van betere kwaliteit is”. Naar zijn gevoelen worden door de modale lezer in Vlaanderen en Nederland buitenlandse auteurs als vanzelfsprekend hoger geschat dan Nederlandstalige schrijvers.

Het spreekt weliswaar voor zich dat landen met een populatie als de VS en Groot-Brittannië veel meer kans maken om kwaliteit in huis te hebben dan de rest van West-Europa, maar dat neemt anderzijds niet weg dat ik menig vertaald werk van over de oceaan recenseerde, dat met toeters en bellen werd aangeprezen, maar waarmee in Vlaanderen of Nederland geen enkele debuterende auteur voor publicatie in aanmerking zou komen.

In de kritiek wordt bovendien de “misdaadliteratuur”, het “spannende boek” of hoe je het genre ook wilt benoemen, zoniet onmiskenbaar stiefmoederlijk en onzorgvuldig dan toch bijzonder oppervlakkig behandeld. Onbewust wordt vaak het taaie cliché bestendigd dat het slechts om lectuur of zelfs leesvoer gaat, en recensenten wordt nauwelijks de tijd gegund om tot een aandachtige en evenwichtige lectuur over te gaan. De korte looptijd van boeken wordt immers blindelings (en ten onrechte) als dogma aanvaard. Weg met de wind. Boeken als Een dag van schaamte (1987), De vierde soera (1990), De fraudejagers (1991), destijds soms afgedaan als eendagsvliegen omdat ze zogenaamd actualiteitsgebonden waren, werden de voorbije twee jaar herdrukt. De concrete gebeurtenissen waar ze naar refereren zijn allang vergeten. Dat Een dag van schaamte opgehangen werd aan een voetbalmatch in het Heizelstadion of aan Torhout-Werchter blijkt vandaag irrelevant: het boek blijft boeien. “Literature is news that stays news”, Ezra Pound wist het al. Welke modale lezer is nog vertrouwd met de historische achtergronden van The Kremlin Letter (1966) of van The day of the Jackal (1971)?

Het doet er ook niet toe. Dat is de kracht van de kunst.

Henri-Floris JESPERS

 

Partager cet article

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen
commenter cet article

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche