Overblog Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
12 mars 2008 3 12 /03 /mars /2008 20:41

 “Voorbij het maniërisme”, zo luidde het thema van het colloquium dat ik op 26 maart 1965 organiseerde in het AMVC te Antwerpen. Als voorzitter van het Nationaal Centrum voor Moderne Kunst, dat toen al op sterven na dood was, leidde Paul de Vree de vergadering. Een bevriende journalist had vooraf gezucht dat hij alweer verslag zou moeten uitbrengen over een saaie bedoening. Dat bleek nu eens niet het geval.

Nadat hij hulde had gebracht aan Paul Neuhuys die in Les Soirées d’Anvers de label “Antwerps maniërisme” gelanceerd had, hield Paul een inderdaad vrij academische uiteenzetting over het maniërisme als constante in de Europese cultuur. Het huidige maniërisme, zo betoogde hij, verschijnt in contradictorische vormen: van emfatische overdrijving tot uiterste reductie, van evocatie tot raadsel, van irritante bekentenis tot cryptogram. In poëticis verkiezen de nieuwe maniëristen de ellips en de laconieke zegging boven de hyperbool en de emfase. Ze wenden filmische technieken aan en benadrukken de discontinuïteit. Paul illustreerde zijn stelling met teksten van Freddy de Vree en Patrick Conrad – “de meest precieuze van de nieuwe maniëristen” – en wees op de invloed van Hugues C. Pernath en Nic van Bruggen (beiden in de volle zaal aanwezig). Toen werd hij vanuit het publiek onderbroken en in heftige bewoordingen aangepakt door Ben Klein en zijn adjudant Gerd Segers. Het werd woelig in de zaal, en al nam de scheldpartij een almaar bitterder persoonlijke wending, Paul legde een engelengeduld aan de dag en vertrok geen spier. In een snedige, polemische uiteenzetting nam Freddy op meesterlijke wijze de handschoen op tegen de herrieschoppers. De tegensprekers, onverzoenlijk, bleven maar interrumperen. Te allen kante flitsten bittere woorden op, tussen het geroezemoes zag Tony Rombouts z’n kans schoon een stukje gedicht van eigen makelij te declameren, en heel even kon het ergste verwacht worden: een ziedende Gust Gils die de persoonlijk beledigende toon van de aanvallers niet langer kon hebben, stond op en zette dreigend koers naar de opponenten. Gelukkig bleef het daarbij. Patrick, Freddy en ik lanceerden vanop het podium nog enkele verontwaardigde, nonchalante of cynische opmerkingen in de zaal, waarna Paul de zitting vastberaden voor gesloten verklaarde. De surrealistische schilder Robert Geenens bekeek dat alles met zijn haast Brits flegma, Dirk Claus dacht wellicht met een steek in het hart aan z’n mislukte pogingen om te komen tot het ene, grote avant-gardetijdschrift, Joannes Marijnen, die zich meer op zijn gemak voelde in de raad van bestuur van de Kredietbank dan in zo’n literaire moerlemeie, keek ongelovig rond en een verstrooide Jacqueline Ballman, redactrice van het eerbiedwaardige Journal des Poètes, was erg opgetogen met wat zij het “activisme” dat Vlaamse schrijvers bewoog, al was ze wel verbaasd over de bitsige toon waarop die aangeslagen werd. In La Métropole stelde Guy Vaes vast: “Il semble qu’une partie particulièrement virulente de l’avant-garde littéraire attache une importance prépondérante au maniérisme. On ne s’explique pas autrement une telle violence hargneuse.“

Frans de Bruyn had na afloop van de rel het commentaar van een toehoorder genoteerd: “De laaghartigheid van de aanvallen op Paul de Vree zijn wel eigenaardig voor de karakteristieke wereld waarin Ben Klein zich beweegt: ethica, elite, Spartaanse opvoeding, zelfdiscipline zijn waarschijnlijk begrippen die wij in een fascistisch perspectief dienen te begrijpen… “ Hij ging daar in De Nieuwe Gazet schamper op in: « Wat er ook van zij, onlangs kregen wij op onze leestafel een mededeling uit het veristisch hoofdkwartier van Ben Klein, daarna nr 22-23 van Het Kahier X met een stuk over Mussolini-bewonderaar Ezra Pound. Klein trok meer een parallel tussen de concepties van dichter Ezra Pound en het Italiaanse fascisme. Op zeker ogenblik schreef Klein met nauwelijks verhulde bewondering: ‘Mussolini zelf leidde aanvankelijk een zeer Spartaans leven. Hij at sober. Kleedde zich tamelijk ouderwets. De mode interesseerde hem in het geheel niet. Zijn echtgenote Rachele, bleef een gewone huisvrouw… ‘ Wij kunnen dus best begrijpen dat Ben Klein het nodig, nuttig en gepast achtte een samenspraak over ‘Maniërisme’ overhoop te zetten… “

Gazet van Antwerpen bracht de rel terug tot “de wanordelijke en zinloze strijd die de jongerentijdschriften voeren”. Deze jongeren blijven “hun eigen ruiten stuk smijten en gaan versnipperd in de oppositie”, en wel “tegen alwie meer succes heeft dan zijzelf”. En toch betrachten ze allen hetzelfde. De kleine literaire groepjes “groeien meestal niet boven hun vriendenkring uit” en “hoe onregelmatiger hun tijdschriften verschijnen, hoe meer ze mekaar afkraken”. Bovendien, die tijdschriftjes “verdwijnen even vlug als ze ontstonden”. In feite gaat het om de “lege revolte” van “ruziemakers of pubers zonder talent”. Niemand kan een juist antwoord geven op de vraag: waarom die ruzies? “Misschien is het wel begonnen op een zaterdagavond aan de houten schenkbank van een van die soms zo armtierige typische artiestenkroegen, naar aanleiding van een discussie over poëzie of over een vrouw, jammer genoeg ontaardt dit gewoonlijk in een kankerend bekvechten waarvan de zin verloren gaat in de walm van sigaretten, juke-box-lawaai en heel veel bier.” Hopelijk zullen “deze keukentwisten wel eens uitdoven als een slechtgevoed houtvuurtje”.

Deze paternalistische woorden werden niet neergepend door een “traditionele “criticus, maar door Bob Adras, alias Bob Bern, die een “entristische” politiek voerde: door geregeld de aandacht te vestigen op het reilen en zeilen in het literaire dorp, op de jongerentijdschriften en de poëtische en andere prestaties van hun redacteurs, hoopte hij een serener klimaat te helpen scheppen, en aldus bij te dragen tot enige redelijke eensgezindheid en pragmatische frontvorming. Dat was de enige reden, zo zei hij, waarom hij zijn diensten aangeboden had aan de Frut. Die bleken echter van korte duur. Spoedig werd zijn medewerking niet langer op prijs gesteld, en bobb kon opnieuw probleemloos in de artistieke kroegen gaan rondhangen die hij zo treffend beschreven had.

Aan het einde van het jaar vroeg De Nieuwe Gazet naar de beste boeken die ik het afgelopen jaar gelezen had. De Verzamelde gedichten van Hugo Claus, omdat een overzicht van zijn poëzie een boeiende belevenis is die ruimschoots bewijst dat hij, van het eerste tot het laatste gedicht, altijd zichzelf blijft. Hij behoort niet tot wat “de avant-garde” wordt genoemd, hij is waarlijk een klassieker voor wie de vormproblemen als dusdanig niet doorslaggevend zijn. Met Le Baphomet bewijst ook Pierre Klossowski dat hij op taalgebied een klassieker is. Maar door een systematische verschuiving van plannen, zowel op het gebied van de schriftuur zelf als op dat van de ontwikkeling van het verhaal, weet hij een wereld te scheppen waarin de ambiguïteit en de symboliek hoogtij vieren. Le Baphomet opent tevens eigenzinnige filosofische, of beter gnostische perspectieven. Geschreven vanuit een historisch perspectief behandelt Gestalten van de westerse subjectiviteit actuele problemen. In dit belangrijk werk ontwikkelt Leopold Flam een uitermate boeiende theorie over het ontstaan van de subjectiviteit van de bourgeois, waarbij hij scherpzinnige beschouwingen ontvouwt over het creatief genie en het extatisch individu. Ten slotte Wij, galspuwers van Hedwig Speliers, omdat dit een hygiënisch en heilzaam boekje is, vol té ver doorgedreven redeneringen, dat de mogelijkheid schept ons te ontrukken aan het keurslijf van de Vlaamse kleinheid. Ik koos dit boek ook omdat je in onze maatschappij nooit te veel protesteert, maar altijd te weinig. opent tevens eigenzinnige filosofische, of beter

Henri-Floris JESPERS

Partager cet article

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen
commenter cet article

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche