Overblog Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
26 février 2008 2 26 /02 /février /2008 05:22

Het enige nummer van De Vrijbuiter, Maandblad voor Cultuur en Kunst, is gedateerd 1 juni 1952. Op het zwarte voorplat druipt van de scharlaken lettering van de titel een vijftal bloeddruppels af; in een schild prijkt op een zilveren achtergrond een doodshoofd boven twee gekruiste beenderen; en in een banderol lees je: Nederlant let op U saeck

“Ter vrije vaart”, zo luidt de titel van de redactionele belijdenis die voorafgegaan wordt door twee motto’s: “Todos contra yo. Yo contra todos. (Allen tegen één. Eén tegen allen.)” en een citaat van Slauerhoff:

Hij valt schepen aan van allen landaard.

Door het ruim wappert zijn zwarte standaard;

’t Geel grijnzend doodshoofd boven de witte beendren…

 

De toon is gezet, en de melodie liegt er niet om. ‘De vrijbuiter’ van dienst was Frans Buyle, ‘verantwoordelijke opsteller en redactiesecretaris’ van het tijdschrift dat vaste rubrieken in het vooruitzicht stelt over ‘Nederlandse en Buitenlandse Letteren, Plastische Kunsten, Toneel, Muziek, Film en Radio’ – alles met hoofdletters.

&

In de jaren dertig werd dienstweigeraar Frans Buyle (18 september 1913 – 22 februari 1977) door de socialistische partij tot pacifistisch icoon verheven. Hij publiceerde gedichten in Forum en werd erg gewaardeerd door critici als Marnix Gijsen en Raymond Herreman. Hij geraakte in de ban van Joris van Severen, “de imperiale staatsman”. Tijdens de bezetting was hij als criticus verbonden aan Het Vlaamse Land, waarin hij merkwaardige bijdragen publiceerde.[1] Jeroen Brouwers onderstreepte dat het Buyle moge sieren “dat hij karaktervast poëziekritiek is blijven leveren volgens de normen van zijn eigen artistieke geweten en kennelijk nooit tot concessies bereid is geweest”.[2]

Na de Bevrijding geraakte hij korte tijd in de gevangenis, maar liep geen veroordeling op. Met de onvoorwaardelijke steun van zijn levensgezellin Liane Bruylants waagde hij zich dan aan allerlei vermetele ondernemingen die spaak liepen en diende uiteindelijk literaire en andere nederige klusjes op te knappen om met moeite een altijd ontoereikend inkomen te verwerven. Gaandeweg geraakte hij volledig gemarginaliseerd. Drank- en gokzucht scherpten zijn aangeboren wereldvreemde nonchalance nog aan. Alle middelen waren goed om aan geld te geraken en hij stapelde met goed geweten de schulden op. Hij was toch dichter? En hoorde dat niet bij “la vie de bohème”, net als deurwaarders en ongedekte cheques? Wellicht als compensatie voor een armoedige jeugd leefde hij zonder enige zin voor verantwoordelijkheid als een gedeclasseerde aristocraat: zorgeloos en bij Gods genade. Morgen zien we wel, alles komt terecht. (Dat dit totaal haaks staat op het Dinaso-ethos stoorde hem blijkbaar niet.) Hij was enerzijds een rechtse anarchist die niet twijfelt aan zijn overrompelend gelijk, anderzijds een onvolwassen musketier die stoer doet. In litteris bleek hij minder dan ooit tot concessies bereid. Van gebrek aan rechtlijnigheid kan hij niet verdacht worden. Dat alles maakte dat hij persona non grata was binnen het gezapige en burgerlijke literair wereldje van de prille jaren vijftig. De verbittering sloeg toe en de nood aan bevestiging van het eigen grote gelijk. Dat was niet van aard om hem tot enige nuchtere aanpak of heilzame relativering aan te zetten.

&

Ter gelegenheid van zijn zeventigste verjaardag en de toekenning van de Constantin Huygensprijs voor zijn gezamenlijk werk, werd Willem Elsschot op zondag 11 met 1952 te 11 uur gehuldigd te Antwerpen in de feestzaal van de Stedelijke Middelbare en Hogere Technische School voor Handel en Administratie, Quellinstraat 31.

De huldiging werd georganiseerd door een Hulde-Comité in samenwerking met de Verenging van Vlaamse Letterkundigen en het Vlaamse P.E.N.-Centrum.

Het Hulde-Comité bestond uit Frans Smits, Fritz Francken, Ger. Schmook, Lode Baekelmans, Franz De Backer, Jan Boon, Frans Claessens, Richard Minne, André de Ridder, Julia Tulkens, Walter Vaes en Gerard Walschap.

In De Vrijbuiter publiceerde Frans Buyle een artikel dat in de volgende aflevering opgenomen wordt.

(wordt vervolgd)



[1] Henri-Floris JESPERS, Frans Buyle, criticus in bezettingstijd, in: Mededelingen van het CDR, nr. 44, 17 maart 2005, pp. 7-11.

[2] Jeroen BROUWERS, “Ik weet het doel niet dat ik moet bereiken”. Frans Buyle, dichter, in: ZL. Literair-historisch Tijdschrift, jg. 4, nr. 1, oktober 2004, pp. 3-24.

Partager cet article

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen
commenter cet article

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche