Overblog Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
18 février 2008 1 18 /02 /février /2008 04:00

Matthijs de Ridder wees erop dat er geen literatuurgeschiedenis is die gewag maakt van M.B. Ledegouwer, die in het echte leven Evarist Verdurme heette (Mededelingen, nr. 85 de dato 3 januari).

Echt grote werken heeft hij ook niet geschreven. Niettemin maakte hij vanaf 1911 tot zijn zeer vroegtijdige dood in januari 1914, achttien jaar jong, furore in de rangen van de radicaal flamingantische jeugd die luttele jaren later […], de literatuur drastisch overhoop zou gooien. […] De oorlog bracht een nieuwe generatie dichters voort, die in hun literatuur het failliet van de oude samenleving beschreven en ijverden voor een vernieuwde Vlaamse Beweging.

 Matthijs de Ridder besloot dan maar zelf die leemte te vullen. Zijn (zoals altijd boeiend) artikel staat te lezen in de rubriek “De kleine garnaal” van Zacht Lawijd.

Georges Wildemeersch publiceert en contextualiseert de brieven van Henri Vandeputte (1877-1952) aan Hugo Claus. Uit het artikel blijkt hoe groot de invloed van de ouwe gokker, erudiete “homme de lettres” en listige avonturier op de jonge dichter wel geweest is. In Knack (24 oktober 2007) onderstreept Karl van den Broeck terecht dat in elke Clausbiografie Henri Vandeputte een “opvallende plaats moet krijgen”.

Bij een bezoek van Hugo Claus in de zomer van 1997 gaf ik hem een exemplaar van Vandeputtes Petites lumières, een uitgave van Ça ira uit 1933. Hij vertelde me toen hoe zijn ontmoeting met Vandeputte in het teken stond van James Ensor, van wie werkjes te koop werden aangeboden door de altijd in dwingende geldnood verkerende boekhandelaar. Werkjes waar, laten we hoffelijk blijven, van twijfelachtige herkomst. Dit even terzijde.

In de jaren dertig runde Vandeputte te Antwerpen een kunsthandel uit, galerie Janus op de hoek van de Lange Gasthuisstraat en Oudaan. ”Elle devint le dernier salon où l’on cause, car Vandeputte était un homme charmant, causeur délicieux, un peu décavé par le jeu”, aldus Paul Neuhuys in zijn Mémoires à dada (1996). “Je me représente Vandeputte comme une sorte de caïd convalescent des fureurs de la vie. C’est un visuel plus qu’un auditif. Jouir par les yeux. La vue est le sens centralisateur de la volupté de vivre. ”

Geert van Istendael handelt over Marten Toonder, Sanne Parlevliet over de bewerker van historische letterkunde Dirk Leonardus Daalder. “Onder activistische bibliothecarissen”, een korte maar verhelderende bijdrage van Rob Delvigne, gaat over Antoon Thiry en Willem de Vreese in Nederland. Tot slot, een mooie bijdrage van Kornee van der Haven:  “Socialisme in het werk van Freek van Leeuwen”.

Elke aflevering van Zacht Lawijd, een uitgave van de Stichting ZL i.s.m. het AMVC-Letterenhuis Antwerpen en het Letterkundig Museum Den Haag, reikt nieuw materiaal aan en tekent nieuwe denkpistes. Bovendien is het blad voorbeeldig geïllustreerd en primeert nog steeds de leesbaarheid van de tekst op de “originaliteit” van de lay-out.

 
ZL, literair-historisch tijdschrift, zesde jg., nr. 4, juli-augustus-september 2007, 109 pp., ill., 9 €. Garant Uitgevers, Somersstraat 13-15, 2018 Antwerpen. Abonnementsprijs (4 nummers): 30 € (betaling na ontvangst acceptgirokaart).

Abonnementsadministratie Nederland: Letterkundig Museum, Postbus 90515, NL 2509 LM Den Haag.

Over Paul Neuhuys en ça ira:
http://www.caira.overblog-com


Partager cet article

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen
commenter cet article

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche