Overblog Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
15 février 2008 5 15 /02 /février /2008 08:47

In Mededelingen van het CDR, nr. 109 de dato 8 januari verscheen een bespreking van Guy Prieels’ roman Duisterlicht. Op 28 januari verscheen op deze pagina’s “Pernath & Snoek als romanpersonages”, gewijd aan een bepaald aspect van Prieels’ roman.

Op de site van de nieuwe uitgeverij Wever & Bergh (http://www.wever-bergh.com) wordt een lezenswaardige bokblog gepubliceerd, waarin Guy Prieels reageerde op de bespreking in Mededelingen. Met instemming van uitgever en auteur wordt de reactie hierna integraal gepubliceerd.

Een afgedrukt proefexemplaar van de eerstkomende aflevering van Mededelingen kan aangevraagd worden op hfj@skynet.be

Bokblog

In het interessante internettijdschrift Mededelingen 109 van Henri-Floris Jespers, kreeg mijn debuutroman Duisterlicht een bespreking mee. Ik ben al blij dat iemand mijn boek leest, maar ik ben er best mee opgezet als het dan ook nog uitvoerig met een fileermesje onder handen wordt genomen. Zeker als ik de algemene teneur van dit vlijtig lezen kan samenvatten in volgende adjectieven: (ik citeer)

"Duisterlicht, of De legende en de heldhaftige, vrolijke en roemrijke avonturen van Prieels in Knokke, Antwerpen en omstreken. Een ambitieus, irritant, meeslepend, perfide, pakkend en, het moet gezegd, soms ook ontgoochelend boek".

 Enkele opmerkingen moeten me van het hart. Wat mij een beetje steekt is volgende zin:

 "Soms doet hij denken aan een eigentijdse Candide, ware het niet dat hij ook zelf trekjes vertoont van de parvenu’s die hij node ondergaat. Bovendien vindt hij het ook nodig, wellicht bij wijze van compensatie, zich in zijn taalgebruik al te vaak te profileren als een zielige macho."

Macho? Nergens. Het zal aan mijn taaltje liggen. ’t Is geen stoerdoenerij, eerder hanige zelfspot. Ik ben zo gebekt. Zielig? Ja, hoor. Ik durf mezelf te kijk stellen als een zielige clown, daar heb ik niet de minste moeite mee. Een eigentijdse Candide? Allons enfants de la patrie, een zekere graad van naïviteit is me niet vreemd, maar een bloodaard ben ik evenmin. Meer een soort Candide Perfide, ik beken het.

Lees er in dit Bokblog bijdrage nr. 5 van De Nieuwe Wereld op na: Ik kom uit de kunstwereld. Glans

en glitter. Vedettariaat. Veel hoempapa. Allemaal reuzen als je de makers en inleiders van tentoonstellingen mag geloven. Allemaal genieën. Grote geesten. Sla het woordenboek van de synoniemen er maar eens op na, dan nog kom je woorden tekort. Lees de catalogi er op na, als je me niet gelooft. Elke catalogus. Al presenteren ze stront in nieuwe zakken dan nog ruiken de producten van de Meesters naar wierook en mirre. Er komt namelijk Poen aan te pas. That’s why.
(Waar mopper ik eigenlijk over? Het is toch met de boter van die lui dat ik mijn brood heb gesmeerd. Zo is het toch? Ik mag niet beweren dat ik water en bloed heb gezweet. Multa non tuli.)

Terug naar de commentaren van HFJ – zijn naam weze geprezen – die in de komende maanden met Berghen van gout en MorituriI nog wat meer van mijn brood op zijn plank krijgt. Ik mag hopen dat hij zowel het kruim als de korsten lust. Bij de overwegingen in zijn interspaceblad verwijst hij eveneens naar mijn artistieke prestaties uit een vorig leven.

Over de kunstjes die ik toen heb beoefend wil ik kort zijn. Ik til daar niet zwaar aan. Na een toneelstuk, een jeugdzonde waar ik zonder spijt aan terugdenk, dat trouwens in de KVS te Brussel niet onopgemerkt de planken haalde, heb ik een aantal luisterliedjes voor het voetlicht gebracht en op vinyl gezet. Algauw echter ondervond ik dat ik het licht van de schijnwerpers schuwde. Ik voelde me beter in de schaduw dan in de zon. Nog steeds. Voor geen cent ambitie gehad om in een van de twee disciplines door te breken. Ik voelde nu eenmaal meer voor het zakenleven.
In Bokblog De Nieuwe Wereld nr. 2:

Ik had me opnieuw aan het schrijven gezet. De roeping om mijn leven achter een schrijftafel door te brengen en mijn tijd te verdoen met het verzinnen van verhalen, heb ik nooit gevoeld. Nu gaat het mij beter af. Ik hoef niets meer te verzinnen. Alleen maar opschrijven wat ik hier en daar heb meegemaakt. Mijn deuntje op noten zetten.

 PS. De recensent in Mededelingen 109 van Henri-Floris Jespers (hfj@skynet.be), meent een verschil in toon en structuur in mijn boek op te merken, en hij gaat op zoek naar een verklaring. Hij meent dat mijn roman een collage is van stukken die op heel verschillende tijdstippen zijn geschreven. Zijn goed recht. De enige waarheid is dat ik DUISTERLICHT heb geschreven in een tijdspanne van vier maanden, het daarna twee maanden heb laten rusten om dan gedurende weer twee maanden, a rato van een paar dagen per week, al dat geschrijf stevig door te hakselen.

Guy PRIEELS

 

Guy PRIEELS, Duisterlicht. Een queeste, Antwerpen, Wever & Bergh, 2007, 349 p., 19,50 €.

Partager cet article

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen
commenter cet article

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche