Overblog Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
14 février 2008 4 14 /02 /février /2008 01:45

Henri van Straten (1892-1944) schilderde futuristische en abstracte schilderijen, evenals scènes uit het nachtleven. Hij is echter vooral bekend als xylograaf, illustrator van het tijdschrift Lumière en lid van de Vlaamse groep houtsnijders “De Vijf”, waartoe ook Frans Masereel, Joris Minne en de gebroeders Jan en Jozef Cantré gerekend worden.

Roger Avermaete portretteerde hem in 1929:

Henri van Straten est un virtuose. S’il est toujours reconnaissable à certains détails – ses têtes, une fleur, une colonne -, il a trouvé moyen de varier considérablement sa manière. [...] Le caractère dominant de cet art est la grâce. Henri van Straten est gracieux sans être fade. [...] Il est raffiné, un tantinet satanique et pervers.[1]

&

In haar eindverhandeling (Het montageprincipe in literatuur en kunst in Vlaanderen: het geval Köhler) merkt Liesbeth Vantorre terecht op dat in de prenten van de xylograaf Henri van Straten vaak sporen van montage terug te vinden zijn (pp. 183), wat blijkbaar ontgaan is aan Van Straten-kenner Ludo Raskin. Montage wordt hier gebruikt als “overkoepelende term voor een veelheid van kunstvormen”:

Collage, fotomontage, papiers collés en assemblages horen allemaal onder deze noemer thuis, maar ook ruimtelijke installaties en literatuur pasten in het plaatje.

(pp. 54-55).

&

Het werk van Van Straten vertoont niet alleen sporen van montage. De kunstenaar wendde die techniek bewust aan. Hij maakte trouwens ook collages, wat niet alleen aan Ludo Raskin, maar ook aan Liesbeth Vantorre ontgaan is.

Het was pas in de jaren negentig van vorige eeuw dat er een viertal collages van Henri van Straten opdaagden, waarvan er zich drie bevinden in de collectie van de Verbeke Foundation te Kemzeke: Tapuanen (1925), Bena Mpassa (1925) en Urua (1925). Centraal op die collages staan duidelijk herkenbare beelden en maskers uit Belgisch Congo. (Terloops: ook Joris Minne maakte af en toe collages.[2] )

Henri-Floris JESPERS

 

Liesbeth VANTORRE, Het montageprincipe in literatuur en kunst in Vlaanderen: het geval Köhler. Eindverhandeling Universiteit Antwerpen, Faculteit Letteren en Wijsbegeerte, academiejaar 2006-2007, 376 p. Promotor: Prof. Kris Humbeeck. Tweede lezer: Matthijs de Ridder.

 

 



[1] Roger AVERMAETE, Petite fresque des arts et des lettres dans la Belgique d’aujourd’hui, Bruxelles, L’Églantine, 1929, pp. 95-96.

[2] Cf bijv. de “poème-collage” O troubadour ??? van het begin van de jaren twintig, een verrassend werk van Joris Minne, gereproduceerd in Roger AVERMAETE, L’aventure de « Lumière », Bruxelles, Arcade,  1969, p. 41.

Partager cet article

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen
commenter cet article

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche