Overblog Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
12 février 2008 2 12 /02 /février /2008 03:49

Precies een kwarteeuw schreef ik over een moeilijk te bepalen, haast romantisch solidariteitsgevoel dat ons dwingt de zijde der verdrukten te kiezen. Omdat we dit al te zelden daadwerkelijk doen, knaagt het kwade geweten. Zo ontsloten de liederen uit de Spaanse burgeroorlog (ik bedoel de drie toen geperste 78-toeren platen van Ernst Busch in de reeks Lied der Zeit) - voor mij althans – de mythische wereld van proletarische solidariteit en militant engagement, terwijl ze tevens naar mijn verste verleden verwijzen. Ik hoorde ze voor de eerste keer een halve eeuw geleden. Vader bediende een ouderwetse platendraaier met echte naalden, en de heldhaftige kolommen van de Elfde Brigade of van het Thälmann Bataillon bevolkten als een schimmenleger wat eens het atelier van grootvader was. Nu nog ruik ik het stof dat hun krijgshaftige stappen deden oplaaien. De rode ster aan hun voorhoofd schittert nog in de nacht. En een vuur van hartstochtelijke overgave laaide toen op, niet te bedwingen. Ook wanneer iemand felbewogen en doodeerlijk doch onhandig en met gebrekkige dialectiek een overigens juist en achtbaar standpunt verdedigt, wordt ik door een lauw en week gevoel van menselijke solidariteit bevangen, net zoals de vertedering mij vaak te machtig wordt wanneer ik weerloze oudjes, huisdieren of niet begrijpende kinderen zie.

 

De ervaring van die liederen deelde ik met Hugues Pernath, met Georges van Cauwenberg; ik zong ze met de Oost-Duitse kapitein van een Irakees schip in een Antwerpse zwarte kroeg; en met Karel Coeckx, op de Belgische ambassade te Lissabon.

 

De drie afgeleefde, dikke, zware platen met hun donkerrood etiket ben ik kwijt, hun krassende melodie niet. Evenmin als het traag, statig en onweerstaanbaar opwellende en overrompelende Chant des Partisans van Maurice Druon en Joseph Kessel.

 

 

 

De Oost-Duitse kapitein, Heinrich, had filosofie gestudeerd en was tot het inzicht gekomen dat filosoferen met hamer en met sikkel niet vanzelfsprekend was: hij koos voor een veiliger en vrijer beroep. Hij was uitgeleend, displaced person als we allen zijn: in het kader van een machtspolitieke variante van de socialistische internationale arbeidsverdeling was de DDR destijds aangeduid als pilootland van Irak, vandaar de vlag waaronder hij voer. Karel, belezen als hij was, wist ook al beter, maar de anjerrevolutie had plaatsgevonden, en dat was toch een uitgestelde nachtelijke viering waard. Als ambassadeur was hij ook maar een ontheemde, zij het dan in een comfortabelere situatie.

 

&

 

Van Ostaijen schreef het moedwillig in het Frans :“Le Flamand vit heureux dans la persuasion qu’on ne l’aura pas.” Die overtuiging dat niemand hém te grazen zal nemen past de Vlaming jammer genoeg haast uitsluitend toe op eigen toestanden. Hij verliest ze meestal wanneer hij geconfronteerd wordt met zijn veel buitenland.

 

Idealist klinkt in de mond van bijvoorbeeld Sophie de Schaepdrijver zoniet als een scheldwoord dan toch als een dooddoener. Zeker wanneer ze het woord op Vlamingen betrekt. Het idealisme ligt inderdaad aan de basis van talrijke ontsporingen, net als het materialisme. De dwaling is een op hol geslagen waarheid en de lijst opstellen van woorden waar bloed aan kleeft zou ons ver leiden. In het communistische taalgebruik klonk idealist ook al niet vleiend – al had het marxisme zich al lang in de Sovjetunie (en in de overige landen van het reële socialisme) ingesteld als een idealistische superstructuur, een ideologie.

 

Mark Braet was een idealist, iemand die eerder existentieel en gevoelsmatig dan beredeneerd concrete idealen nastreefde.

 

(wordt vervolgd)

Partager cet article

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen
commenter cet article

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche