Overblog Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
10 février 2008 7 10 /02 /février /2008 21:04

In Vlaanderen heb ik geleefd, in Vlaanderen heb ik geparticipeerd, in Vlaanderen heb ik geruzied, aan Vlaanderen heb ik bijgedragen, maar voorzover mijn informatie strekt, heb ik in Vlaanderen niet gedood. U weet het al, of u weet het nog niet, maar ik ben vanuit Nederland naar Vlaanderen gekomen om precies dit begrip ‘Vlaanderen’ en al zijn implicaties en complicaties in en voor de literatuur te onderzoeken. En op dat vlak ligt ook de ‘ontdekking’ van het jaar: In Vlaanderen heb ik gedood van J.G. Schoup. In geen enkele Vlaamse roman over de Eerste Wereldoorlog wordt die strijd zo direct en met zo veel vaart geportretteerd. Schoup ziet geen reden om de tachtigers in herinnering te roepen als hij een gevecht beschrijft en hij ziet er ook geen heil in om de warme vriendschapsbanden, die ongetwijfeld zijn gegroeid in de loopgraven, in de verf te zetten. De oorlog is koud, gewelddadig en desastreus voor iedereen die ermee te maken heeft. Waar andere boeken nog wel eens de nadruk leggen op de kracht van de vriendschap in dit soort benarde omstandigheden (De blijde kruisvaart van Fritz Francken bijvoorbeeld) of zelfs een evocatie bieden van het grootse toneel van kracht en destructie (zoals in het onbedoeld grotesk aandoende De rit van De Pillecyn), blijft In Vlaanderen heb ik gedood een eerlijk verslag van de aftakeling van de mensheid. De schrijver/hoofdpersoon zelf vormt daarop geen uitzondering. De oorlog maakt hem onverschillig en gretig tegelijk. Een zoveelste dode doet hem niets meer, een orgie uitgelokt door gewillige soldatenhoeren is een welkome afleiding.

Schoup schreef de roman in 1932. Hij had er op dat moment al een bewogen leven opzitten. Een deel van dat leven beschrijft hij in het tweede deel van de roman, dat – eerlijk is eerlijk – veel minder goed is dan de eerste helft. Schoup deserteerde vlak voor de val van Antwerpen, verbleef vervolgens tien jaar in Nederland en keerde toen terug. Het gerecht aarzelde niet en veroordeelde hem alsnog wegens desertie. Vier maanden zat hij gevangen, waarna hij grote moeilijkheden had om weer een geaccepteerde burger te worden. Het is een triest einde van de roman. De man die zijn leven bijna had gegeven in een oorlog die hij vanaf het begin verfoeide, wordt uitgekotst door de maatschappij die hij desondanks diende. Maar bij nader inzien is dit juist de context waarin de roman – en ook het minder sterke tweede deel – pas echt goed tot zijn recht komt. Schoup stelt zichzelf voor als een rechtschapen mens die voor vrede, vrijheid en rechtvaardigheid strijdt. In zijn opvatting betekent dit echter een verregaande vorm antimilitarisme, het zogenaamde integrale pacifisme. Met andere woorden, geen geweld onder geen geding. In een decennium waarin de Europese spanningen al weer bijna een nieuw kookpunt hadden bereikt, werd dat minder en minder als een reële optie gezien. Sterker nog, een dergelijke houding stond meer en meer gelijk aan landverraad. Schoup cultiveerde zijn uitzonderingspositie dus en maakte van zijn met veel brille geschreven Eerste Wereldoorlogroman een antimilitaristisch pamflet voor onmiddellijke consumptie aan de vooravond van de nazi-heerschappij.

In Vlaanderen heb ik getwijfeld. Getwijfeld of dit boek nu slechts interessant is voor mij als onderzoeker, of dat ondanks de directe politieke bedoelingen het ook als roman overeind blijft. In Vlaanderen heb ik gekozen voor het laatste.

Matthijs DE RIDDER

 

(Verschenen in CDR-Mededelingen, nr. 60 de dato 15 december 2005.)

Partager cet article

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen
commenter cet article

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche