Overblog Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
8 février 2008 5 08 /02 /février /2008 03:04

Henri Michaux, daar refereert Albert Bontridder naar in een “architectonisch” artikel over de “filosofie van het huis” in Huizen brengen haat uit 1974 (Kontakt, nr. 17). Ik kwam aan dat artikel door het volgende. Een heel fijne (her)ontdekking voor mij dit najaar was ongetwijfeld Albert Bontridder (°1921), architect en dichter. Zowel het werk als de man. Ik had het al een paar jaar voorspeld, al ken ik hem al dertig jaar en al heb ik al letterlijk in zijn werk rondgelopen (het huis van Boon) het werd tijd iets van de man te lezen: zijn poëzie (nog gezegd: heb slechts een 25 dichtbundels in huis). Begonnen met iets van de architect in de poëet: Huizen vieren haat (uit 1979. Sprak mij aan en mijn exemplaar koester ik extra omdat het helemaal uit Almere is gekomen om terug op Belgische bodem te gedijen). Bontridder schrijft à propos dus ook over zijn eigen vak: architectuur, maar dan voornamelijk in het Frans. Poëzie in het Nederlands.

In deze bundel gaat het evenwel niet, zoals de titel suggereert, over architectuur. Buiten ergens deze strofe in het vers Bezit en bestaan:

Vergeefs omdat hij niet kon merken

hoe winkels van verraad

hun eigen muren slopen,

hoe straten van verzet

schuil gaan onder de huizen,

hoe elke stad de nesten van de vrouw

(de kanker die zij teelt)

met kobaltstralen heeft behandeld,

hoe subversieve overvloed

de kinderen van Venetië

in krotten van verbeelding huizen laat (p. 39).

 

Hier schemert toch iets door van huizen en wonen. Dat wat mij zo intrigeerde in de titel. Die titel, laat die maar los functioneren als suggestieve, associatieve beelden- en gedachtenbrenger! Dat doet hij toch bij mij. Wel kwam ik soms woorden in de bundel tegen als “bouwfysische” en “duurzaam metaal” (geen bouw-, wel beeldhouwkunst: Strebelle) en “cijnskantoor” of dus “krotten van verbeelding”. En (als bij Hertmans en Umbral) veelzeggende woorden als regressief, eierstokken, lokkige wolk…

Maar ik heb het hier of elders al geschreven: ik kan niet zo goed overweg met poëzie. Ooit kocht ik een twintig, dertig deeltjes Poëtisch erfdeel der Nederlanden, bij Heideland zelf, voor zo’n tien frank het stuk. Daar zat (en zit nog steeds) ook de bloemlezing De bankreet vader (1968) tussen. Het was toen 1977, ik was 17 en dichter, schrijver, muzikant, bosfluiter, heidehater, ridder, bont en nog zo van alles… en beginnend boekenverzamelaar.

Ik ben nog niet klaar met Bontridder, al heb ik ook al lang zijn architectuurhistorische monografie over de hedendaagse bouwkunst in België, Dialoog tussen licht en stilte uit 1963. Pas begonnen met dat korte artikel uit 1974 dus. Met de uiterst intrigerende titel Huizen brengen haat. Zeker in het licht van bovenvermelde dichtbundel.

Hoewel hij dus beide vakken bedreef en beheerste, liepen die elkaar niet in het vaarwater, eerder gescheiden wegen. Daar is nu heel mooi over te lezen in de prachtige monografie (Archives d’Architecture Moderne, Brussel, 2005) van Francis Strauven (°1942, niet de minste op architectuurgebied, want ook zelf architect, tal van monografieën, waaronder over Renaat Braem, Aldo van Eyck, e.v.a.) die zich zeer wel kwijt van de – in dit geval verplichte – taak van literatuurhistoricus. Hij doet dit fantastisch goed. Weetje over bouwende Belg Boon: hij was zo ene die het oorspronkelijke, door Bontridder ontworpen en gebouwde, huis op die typische manier van hier uitbreidde met “huizekotjes”. Een prachtige monografie, vooral voor de literair georiënteerde met voeling voor deelgebied “wisselwerkingen met andere kunsten”. Er staat een subliem en verantwoord ontwerp in voor Claus die een “schrijfkamer” (meer een bescheiden riant tuinhuis) wou. Bontridder ontwerpt een prachtige éénkamerwoning, een schrijfhuisje, voor vriend Hugo en dan komt die te zeggen dat hij er geen geld voor heeft. En dan die woning van Marcel Wauters. Het lijkt allemaal niet zo veel en Bontridder heeft, op beide gebieden, niet zo’n heel groot oeuvre. Maar het zijn woonfilosofisch en -praktisch gezien ideale huizen, juwelen. Behalve misschien dat van Boon, maar dat heeft die dan wel helemaal zelf zo gewild. In het huis van Wauters was ik na dat van Boon eens te gast. Daar ziet en ervaart ge helemaal hoe een huis moet zijn. Dat kan nu nog. Bontridder is nu wel al 86, maar ge kunt op afspraak een bezoek brengen aan de eigen woning te Sint-Genesius-Rode (1958). Dat is toch te mooi om waar te zijn.

Toen ik hem op een vrijdag in november telefoneerde om hem gewoon eens te roemen, hadden we een boeiend, spitant en vol enthousiasme stekend gesprek gehad. Ik ben een paar anekdotes over Boon en een andere kijk op de perceptie van de Tijd en Mens-mensen rijker. Bontridder is een publicatie over Gaston Burssens' dubbeltalent en de schilder Maurice Roggeman van mijn hand in Boelvaar Poef rijker. Niet echt heel fameus, dat geschrijf van mij, maar hij was nogal geïnteresseerd. Vooral Roggeman behoorde in de jaren 1940-'50 tot de vriendenkring. Ik natuurlijk vereerd. Fijne mens. Alras heb ik toch nog maar zijn Gedichten 1942-1972 aangeschaft. En niet omdat ik me suf heb liggen zoeken naar de monografie van Bontridder over Stynen uit 1979. Het gaat me dus vooral om die mens, dan die schrijver en dan die ontwerper van prachtige woonstedes.

Ivo MACHIELS

Partager cet article

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen
commenter cet article

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche