Overblog Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
30 janvier 2008 3 30 /01 /janvier /2008 18:41

Adriaan de Roover getuigde hoe hij dagelijks vele uren met De Vree in de winkel aan de Lange Nieuwstraat zat te kletsen, en hoe steevast Gilliams dan kwam binnenwaaien. Hij wees daarbij op de munitie die Gilliams hem en Michiels in handen speelde om hen in staat te stellen zijn literaire concurrenten te liquideren:

Wij leerden Gilliams, de aristocratische dichter, kennen als een sluwe instigator, die er heimelijk plezier in had dat wij Vermeylen, Gijsen, Jonckheere e.a. op hun donder gaven. [1]

Gilliams muntte uit in de kunst van de conversatie, waarbij hij op gemoedelijk toon (vaak perfide) anekdotes kwistig rondstrooide. Hij verstond immers de kunst in enkele woorden de gewiekste karaktermoord plegen. De man die zich graag de allure aanmat boven het gewoel te staan, was verteerd door een diepwortelende, gefrustreerde geldingsdrang. De ingekeerde boosaardigheid die je vaak bij estheten aantreft, was hem allerminst vreemd. De Roover zou zich daar bewust van worden. In 1950 schreef hij een poëtisch portret van, tevens revelerende afrekening met Gilliams, een 24-regelig gedicht dat nu pas door Piet Tommissen geopenbaard wordt. De Roover had “vergeefs de rechte man voor ’t venster” gezocht

…..

Ik die met u ging jagen, was uw buit geworden.

Uw gouden glimlach kreeg een groene schijn.

Uw hart verkilde en Uw bloemen dorden,

Omdat uw mond zo groot en voos kon zijn.

…..

Henri-Floris JESPERS



[1] Adriaan De woelige jaren van Golfslag, in: Hugo BREMS en Dirk DE GEEST (eds.), ‘Wij bloeien maar bloeien vergeefs’. Poëzie in Vlaanderen 1945-1955, Leuven / Amersfoort, Acco, 1988, 238 p.; pp. 215-221.

Partager cet article

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen
commenter cet article

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche